Bijen en hun leefwijze

Dit artikel is samengesteld met medewerking van het openluchtmuseum,
met dank hiervoor.
affiche boederij

Op het terrein van het openluchtmuseum staat een bijenstal. De imker zorgt niet alleen
voor de bijen, maar geeft ook geregeld lezingen over bijen en het houden van bijen.
Bij de kassa van het openluchtmuseum kunt u de honing kopen, want zoals de imker
beweert: 'Het is beter om honing te kopen, dan naar een dokter te lopen'.

De imker is het gehele jaar bezig. Om een idee te krijgen van de werkzaamheden
staat hieronder wat er gedurende het jaar zoal wordt gedaan door de imker.

Januari: deze maand is nog winterrust. De imker volgt een studie, onderhoudt het
materiaal en controleert de bijenstand. De imker let op storingen in de bijenstand
die eventueel zijn veroorzaakt door vogels, muizen, katten, etc.

Februari: de koningin begint in deze maand met de broed. De eerste stuifmeel komt
van de hazelaar. Ook in deze maand is er tijd voor studie en controle.

Maart: de koningin komt goed aan de leg. De wilg, krokussen en het hoefblad zorgen in deze maand voor stuifmeel en nectar. En de imker heeft als taak het zorgen voor een drinkplaats en met klaar zetten van het materiaal voor het voorjaar en de zomer.

April: In deze maand controleert de imker of alles nog in orde is. Als blijkt dat het bijenvolk
niet sterk genoeg is, moet dit volk met een ander bijenvolk worden verenigd.
De imker geeft de bijen de ruimte en maakt de kasten schoon.
Stuifmeel en nectar komen van de wilg, fruitbomen en de esdoorn.

Mei: De bijenvolken groeien sterk. De imker let er goed op dat er voldoende ruimte is,
plaatst een honingkamer en let op de zwermdrift van het bijenvolk.
Het zwermen is een van de problemen in de bijenteelt. "Veel zwermen, weinig honing" is
een gekende zegswijze. Het is dan ook begrijpelijk dat de imker zal trachten het
zwermen onder controle te houden. Een andere activiteit is het slingeren van
voorjaarshoning. De nectar en het stuifmeel komen van fruit, paardebloem en koolzaad.

Juni: Het bijenvolk is op het hoogtepunt van de ontwikkeling. De imker let op het
zwermen van het bijenvolk. De nectar en het stuifmeel komen van o.a. acacia, klaver,
rammenas en mosterdvelden.

Juli: In deze maand voert de imker verschillende hanelingen uit bij het bijenvolk, zoals
het keweken van moeren, en het verzorgen van vegers.
De nectar en stuifmeel komen van bramen, linde, klaver, en liguster.
Ook in deze maand plaatst de imker honingkamers.
Honingraad

Augustus: Nu begint de imker al aan de winter te denken, en zorgt voor wintervoeding.
De honing wordt geslingerd, het is weer tijd om volken te verenigen en de laatste controle
wordt uitgevoerd. De nectar en stuifmeel komt o.a. van de heide. 

September: In deze maand worden de winterbijen geboren. De nectar en stuifmeel komt van de herfstaster en de guldenroede.

Oktober: De koningin stopt met leggen. De imker slaat de rest van de ramen op en
maakt alle materialen schoon. Daarbij wordt gelet op muizen, etc.

November: De bijen vormen een bolvormige tros, een zogenaamde wintertros, om
warmteverlies zoveel mogelijk te beperken.
De imker ruimt de bijenstand op, schildert de kasten, enz.

December: Deze laatste maand van het jaar wordt gebruikt om onderhoud te plegen
aan de materialen en om oude raten om te smelten. 

Bent u enthousiast geworden wat betreft het houden van bijen, dan kunt u altijd contact
opnemen met een imkervereniging bij u in de buurt. Zie ook Bijenpark Waterland .

Bij op bloem